“Adviseur met Horizontaal Toezicht verhoogt risico op navorderingsaanslag”
Terug naar Blogs 18 August 2026

“Adviseur met Horizontaal Toezicht verhoogt risico op navorderingsaanslag”

Geschreven door: Vanessa Huygen

“Adviseur met Horizontaal Toezicht verhoogt risico op navorderingsaanslag”

Is die stelling wel juist? Een Horizontaal Toezicht-convenant (HT) met de Belastingdienst gaat uit van over en weer vertrouwen: minder controle, sneller duidelijkheid. Maar wat als juist daardoor een evidente fout in de aangifte onopgemerkt blijft? Een recente uitspraak roept de vraag op of HT de Belastingdienst méér ruimte geeft om later alsnog na te vorderen - en of belastingplichtigen daarmee ongemerkt rechtszekerheid inleveren.

De aanleiding om deze stelling te onderzoeken is een rechtbankuitspraak van 7 augustus 2026.[1] Voor een beter begrip van gebruikte termen, zie ook het 'fiscaal woordenboekje' onderaan deze blog. 

Proloog: forse fout in aangifte gemist door Belastingdienst

Deze zaak ging om een geval waarin eerder de aangifte was beoordeeld op een onderdeel en na die controle gecorrigeerd in de oorspronkelijke ('primitieve') aanslag. De rest van de aangifte is toen niet (integraal) beoordeeld.

Na de primitieve aanslag ontvangt de inspecteur van de Belastingdienst bericht dat in de aangifte nog een andere fout is opgenomen, die nog niet was opgemerkt. Dit ging om een fictieve (dus niet-bestaande) schuld van ruim € 25 miljoen die in de aangifte was opgenomen, waardoor het box 3-inkomen op papier lager was geworden.

Na die ontdekking legde de inspecteur van de Belastingdienst een navorderingsaanslag op. Zo’n aanslag mag alleen onder specifieke omstandigheden worden opgelegd, onder meer als de inspecteur een ‘nieuw feit’ heeft: iets wat die nog niet wist of kon weten vóórdat de primitieve aanslag werd opgelegd.

Entr’acte: waarom 25 miljoen schuld verzinnen?

Maar waarom stond er een schuld van ruim € 25 miljoen in de aangifte als die niet bestond?

Belastingplichtige wilde namelijk niet over het fictieve box 3-rendement betalen maar slechts over zijn werkelijke rendement. Dat systeem werkte toen nog niet direct – je werd eerst geacht over het fictieve rendement te betalen en kreeg dit (jaren) later (zonder rente!) terug na correctie. Daar had deze belastingplichtige geen zin in en liet zijn adviseur eigenhandig het trucje van de verzonnen schuld toepassen, om de box 3-belasting vooraf te dempen. Die demping viel echter veel te hoog uit, zodat het wegstrepen van de fictieve schuld alsnog tot een flinke navordering leidde.

Eerste akte: had de inspecteur beter moeten kijken?

De discussie was vervolgens: heeft de inspecteur nu hij dit niet onderzocht en gezien heeft, een ‘ambtelijk verzuim’ gepleegd? Dan zou ondanks signaal over de fictieve schuld geen sprake zijn van een ‘nieuw feit’. De inspecteur had bij de primitieve aanslag maar beter moeten opletten, is dan de gedachte.

Specifiek aan deze situatie was dat de adviseur met de Belastingdienst een HT (horizontaal toezicht)-convenant heeft gesloten. HT houdt simpel gezegd in dat aangiften versoepeld worden gecontroleerd en de adviseur actiever discussiepunten aandraagt.

De rechtbank oordeelde:

Als met een adviseur onder horizontaal toezicht [HT] een convenant is afgesloten dan mag de Belastingdienst erop vertrouwen dat de ingediende aangifte (overigens) juist is.”

Dit klinkt als: zonder HT moet de Belastingdienst wél integraal controleren. Die gedachte klopt overigens niet. De regel is sowieso - dus ook zonder HT - dat of sprake is van een nieuw feit per ‘post’, per onderdeel uit de aangifte, moet worden beoordeeld.

De vraag is dan dus: wanneer moet de Belastingdienst beter kijken zodat dat niet-doen een ‘ambtelijk verzuim’ oplevert – en dus een nieuwe trigger op dat onderwerp geen ‘nieuw feit’ meer kan zijn? De formele riedel is hier dat de inspecteur verzaakt bij onderdelen die, aldus de Hoge Raad in 2010:[2]

“bij een normale beoordeling aanleiding had moeten geven tot nader onderzoek, maar dat onderzoek achterwege heeft gelaten.”

Nu gaat het hier om een fout die waarschijnlijk wel had moeten worden opgelet bij ‘normale beoordeling’. Het gaat immers om een schuld die ‘ineens’ bestaat, ter grootte van ruim € 25 miljoen.

Tweede akte: spanningsveld rond HT

De (open) vraag is dan: biedt HT hier echt de escape voor de fiscus? Dit zou kunnen worden betoogd op basis van het vertrouwen, waar het standaard HT-convenant[3] en de Leidraad HT[4] vanuit gaan. Langs die lijn oordeelde de rechtbank ook in de hier besproken uitspraak. Anderzijds staat nergens letterlijk dat de Belastingdienst gevrijwaard wordt van ambtelijk verzuim onder HT of dat de nieuw feit-eis in gevallen waarin er een HT-convenant is gesloten, voor de Belastingdienst soepeler wordt uitgelegd. Wél staat in het convenant:[5]

“Rechten en verplichtingen op basis van wet- en regelgeving zijn en blijven zonder enige beperking van toepassing.”

Dat geldt natuurlijk voor de belastingplichtige en diens adviseur (of FD, ‘Fiscaal Dienstverlener’), maar óók voor de Belastingdienst. Of dit dan zo makkelijk - zoals de rechtbank oordeelt - betekent dat een nieuw feit kan worden gerepareerd, kan worden betwijfeld.

De nieuw feit-eis bestaat natuurlijk ook niet voor niets. De achterliggende gedachte dat voor aanslagbelastingen zoals de inkomstenbelasting niet zomaar na een definitieve aanslag een navorderingaanslag kan worden opgelegd, is het belang van rechtszekerheid voor belastingplichtigen. Die rechtszekerheid lijkt met deze uitspraak onder HT onder druk te komen te staan.

Kortom:

  • vóór ruime werking HT: vertrouwen op adviseur, convenant, minder integrale controle;
  • tegen ruime werking HT: wettelijke rechten blijven gelden, nieuw-feit-eis blijft bestaan, rechtszekerheid belastingplichtige.

Epiloog: andere wegen naar Rome

Overigens zou het in de specifieke casus vermoedelijk geen biet uitmaken. Hè, echt niet? Nee, want er zijn nog andere ‘wegen naar Rome’: naast een nieuw feit kan ook ‘kwade trouw’ - zeg maar het bewust maken van fouten in de aangifte - de Belastingdienst het recht geven een navorderingsaanslag op te leggen. Dus ook zonder nieuw feit. In dit geval was een forse boete opgelegd, wat veronderstelt dat die bewustheid wel bestond.  Maar aangezien de belastingplichtige al verliest op het nieuwe feit, kunnen de “subsidiaire standpunten van de inspecteur, dat sprake is van kwade trouw dan wel een kenbare fout, () onbesproken blijven.”

De take-away: risico’s zien en kritisch bezwaar maken

Wat kunnen we nu leren? HT kan door rechters zodanig worden uitgelegd dat sneller sprake is van een ‘nieuw feit’. Oftewel: vaker dan zonder gebruik van een adviseur met een horizontaal toezicht-convenant, kunnen ‘HT-klanten’ te maken krijgen met navorderingsaanslagen over onderwerpen die de Belastingdienst ook eerder had kunnen opmerken en in de primitieve aanslag had kunnen corrigeren. Dit kan leiden tot een inwisseling van soepeler controle met minder rechtszekerheid. Je krijgt je aanslag misschien sneller, maar kan nog jaren met correcties worden geconfronteerd.

Of dat terecht is, is echter de vraag. Het is daarom van belang om kritisch te blijven op navorderingsaanslagen wanneer deze worden gebaseerd op een ‘nieuw feit’ dat eigenlijk niet zo nieuw is. Speelt dit? Zorg dan dat tijdig bezwaar wordt gemaakt.

Samengevat, de praktische consequenties van deze uitspraak:

  • HT kan het risico op navordering vergroten;
  • soepeler controle kan samengaan met minder rechtszekerheid;
  • betwistbaar is of dit juridisch terecht is;
  • beoordeel kritisch of het nieuwe feit echt nieuw is;
  • maak zo nodig tijdig bezwaar.

PS: jargon uitgelegd in ‘fiscaal woordenboekje’

Hieronder - voor de liefhebber - wat hierboven gebruikte termen van korte uitleg voorzien.  

Horizontaal toezicht / HT      

Een vorm van samenwerking tussen de Belastingdienst en fiscaal dienstverleners (belastingadviseurs e.a.) waarbij wordt gewerkt op basis van vertrouwen, transparantie en vooraf overleg. In ruil daarvoor controleert de Belastingdienst aangiften vaak minder intensief of gerichter.

HT-convenant              

De schriftelijke afspraak tussen de Belastingdienst en een fiscaal dienstverlener over horizontaal toezicht. Daarin staat onder meer hoe partijen met elkaar samenwerken, informatie delen en fiscale discussiepunten vooraf bespreken.

Primitieve aanslag (of definitieve aanslag)              

De eerste belastingaanslag die de Belastingdienst oplegt naar aanleiding van een aangifte. ‘Primitief’ betekent hier dus niet simpel, maar: de oorspronkelijke aanslag. Ook wel aangeduid als ‘definitieve aanslag’, als onderscheid met de voorlopige aanslag.

Rechtszekerheid         

Het beginsel dat een belastingplichtige erop moet kunnen vertrouwen dat een definitieve aanslag niet zomaar later wordt opengebroken. Navordering is daarom aan wettelijke voorwaarden gebonden.

Navorderingsaanslag              

Een latere aanslag waarmee de Belastingdienst alsnog extra belasting heft, omdat eerder te weinig belasting is vastgesteld. Dat mag niet zomaar: daarvoor is meestal een nieuw feit of kwade trouw nodig.

Nieuw feit        

Nieuwe informatie die de inspecteur nog niet kende of moest kennen. Zonder nieuw feit mag de Belastingdienst niet zomaar navorderen.

Ambtelijk verzuim      

Een fout of nalatigheid van de inspecteur, doordat hij iets had moeten zien of onderzoeken vóórdat de aanslag werd opgelegd. Een ambtelijk verzuim kan verhinderen dat er nog een “nieuw feit” is.

Kwade trouw

De situatie waarin een belastingplichtige bewust onjuiste informatie verstrekt of bewust relevante informatie achterhoudt. Bij kwade trouw kan de Belastingdienst ook zonder nieuw feit navorderen. De bewustheid voor kwade trouw bij de adviseur kan worden toegerekend aan belastingplichtige. Dit is anders dan voor de boete, daar moet het om persoonlijke bewustheid gaan.

 


[1] Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7357, https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7357

[2] Hoge Raad 2010: Hoge Raad 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9082, https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2010:BJ9082 rov. 3.3.1

[3] Belastingdienst, Standaard fiscaal dienstverleners- convenant Versie: 10-9-2021, https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/stand_fiscaaldienstverlenersconv_al8231z5ed.pdf

[4] Belastingdienst, Leidraad Horizontaal Toezicht Fiscaal Dienstverleners, Versie oktober 2022 https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/leidraad_horizo_toezicht_fiscaal_dienstverl_dv4071z7pl.pdf

[5] Belastingdienst, Standaard fiscaal dienstverleners- convenant Versie: 10-9-2021, (link zie hierboven), p. 2